De toekomst
van de dood
zal levend zijn
speech Susanne Duijvestein
op het symposium Mors Neerlandica
op woensdag 28 oktober 2026
Mijn gewaardeerde Amerikaanse collega Melissa Unfred deelde laatst weer wat leuks. Zij begeleidt weleens zeebegrafenissen en telkens als zij daarover post op social media, zijn er standaard reacties van mensen die zeggen ‘Ik ga nooit meer ergens in een zee zwemmen als daar lijken in liggen’. Melissa is dan eigenlijk geneigd op te sommen hoeveel dood de zee wel niet bergt, maar vooral de onderliggende psychologie fascineert haar. Haar analyse: het is een feit dat mensen in de zee willen zwemmen, ook al zijn daar dode lichamen. En het is ook een feit dat mensen niet in een zwembad willen zwemmen als daarin een lijk ligt. Haar conclusie: blijkbaar hebben wij mensen een lijk-water ratio dat we acceptabel vinden. En: we willen het vooral niet zien en niet weten.
Wat deze duik in het Amerikaanse zeemansgraf te maken heeft met Mors Neerlandica? Ik denk onze gemeenschappelijke doodsmijding en lijkenvrees. Het woord lijk verdwijnt straks zelfs uit onze Nederlandse wetteksten. Voor mij zegt het iets over onze moderne westerse relatie tot de dood, en in het bijzonder tot het dode lichaam en de natuur van ontbinding. Ik zeg altijd maar: alles aan de dood is natuurlijk, behalve hoe we ermee omgaan. Rondom de dood hebben we vooral heel veel cultuur, terwijl we maar weinig natuur toelaten en waarderen. En precies hier gebeurt nu iets interessants: want de cultuur van de natuurlijke dood is aan het ontwikkelen. De dood mag voorzichtig aan weer meedansen in het westerse leven. Maar: op het debutantenbal van de Nederlandse uitvaartregels moet ze wel haar stinkende best doen om zich te bewijzen. Of eigenlijk juist vooral niet stinkend, want de dood mag er ook weer niet helemaal zijn.
In de natuur is de dood altijd een bron van nieuw leven. De dood heeft een sleutelpositie in de kringloop. Vorige herfst vonden mijn vriend en ik op een provinciale weg een dode vos met een waaier van ingewanden naast zich. Doodgereden door de mens en diens wagen. We konden het dier niet zo laten liggen. Uit liefde en zorg, maar ook vooral omdat een vossenlijkje niet thuishoort op asfalt. Dus de vluchtstrook op, en langs de vangrail lopend heb ik het dier van de weg getild en naar een betere plek gebracht. Ver van de weg en in het groen tussen de struiken. Hier hoort een lijk thuis. Hier zijn dassen, roodborstjes, kevers, vliegen, wespen, vlinders: dieren die van dode dieren leven, aaseters dus, die ingenieus samenwerken om het lichaam op te ruimen en heel nuttig werk doen in het ecosysteem. En ver van de weg kunnen ze dat in alle rust in veiligheid doen, zonder het risico te lopen zelf overreden te worden.
Zoals het voor een doodgereden vos geldt, geldt het ook voor een ree die een natuurlijke dood sterft op de Veluwe. Omdat kadavers en aaseters een slecht imago hebben, en omdat we het ingenieuze systeem van ontbinding onvoldoende op waarde hebben geschat, was ons beleid jarenlang gericht om ze te verwijderen uit het landschap. Maar door het gebrek aan grote kadavers vertrokken eerder bijvoorbeeld de monniksgier, rode wouw, zwarte wouw en raaf uit ons land. De Nederlandse natuurorganisatie Ark is hiervoor jaren terug begonnen aan een eerherstel van de dood in de natuur, door het beleid weer terug te veranderen dat kadavers gewoon blijven liggen. Voor een echte natuurliefhebber is dit liefde. De dood heeft een onmisbare functie in het ecosysteem.
Je voelt em al aankomen: en wij als mens dan? Wij zijn het enige dier in het dierenrijk dat begraaft en cremeert. En nee, het is in de Nederlandse cultuur onwaarschijnlijk dat we onze doden open en bloot door dieren willen laten excarneren. En nee, Nederland heeft ook niet meer de kadaverfauna die 170.000 dode mensen per jaar kan verteren. Maar we hebben wel de mogelijkheid van het gecontroleerd simuleren van een ecosysteem dat ons kan verteren. In de vorm van humaan composteren, oftewel veraarden. In een afgesloten houder gevuld met hooi en stro, waarin het dode lichaam zonder kist, zonder kleding in zeven weken tijd verteert tot rijke humus. En die humus kan ergens worden bestemd om bomen en planten te voeden. Onze nutriënten blijven beschikbaar voor de kringloop van het leven. De hoge composteringstemperaturen breken ziektekiemen en medicijnen af. De methode legt minder beslag op grondstoffen, energie en ruimte, zeer welkom in een dichtbebouwde omgeving als Nederland. En we kunnen met onze dood iets herstellen.
Of Nederland dit wil? Mensen staan steeds bewuster in het leven en dit eindigt niet bij de dood. Bij een groeiende groep Nederlanders is er een sterke behoefte aan natuurlijkere, herstellende vormen van lichaamsbestemming. We zien al jaren een toenemende keuze voor natuurbegraven, en nu zien we ook een groeiende behoefte aan veraarden. De laatste peiling die dit jaar in opdracht van het Verbond van Uitvaartzorg is gedaan, toonde dat 14% van de Nederlanders veraarden zou kiezen als het nu mogelijk was. Onder jonge mensen is dat zelfs 20%.
Oda Kerkvliet deed voor haar master Geestelijke Verzorging aan de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek naar de betekenis die veraarden voor Nederlanders heeft. Mensen zien het veelal als mogelijkheid om iets terug te doen, om na dit leven bij te dragen als vruchtbare grond. Het voelt nuttig, rouwvriendelijk, voor sommigen zelfs fantastisch. De betekenissen zijn ethisch, esthetisch en existentieel. Aarde zijt gij.
Zijn Nederlanders diep van binnen animistischer dan we dachten? Aan het beseffen dat er altijd ratio’s dood in het leven zitten, altijd ratio’s mens in de natuur om ons heen? En vooral dat het leven meer-dan-menselijk is, waar wij ook op een prachtig troostende manier nederig onderdeel van kunnen zijn? Zijn we langzaam het water, de bomen, planten en dieren weer aan het zien als onze voorouders, de aarde als onze voorouders? Ik denk van wel. Nederlanders zijn best wel down to earth.
Ondanks dat de methode van veraarden gebaseerd is op de miljoenen jaren oude kringloop van leven en dood, is de introductie in ons land een omvangrijk proces. Het betekent een heel nieuwe omgang met de dood - ecologisch, cultureel en economisch - vergelijkbaar met de regeneratieve landbouw waar we dan ook vaak samen mee optrekken. Vooral is er nog wetenschappelijke informatie te verzamelen over bijvoorbeeld de veiligheid, over de duurzaamheid van het proces, over de eigenschappen van de ontstane aarde en over een zinvolle bestemming van deze aarde. In andere plekken op de wereld, zoals in veertien deelstaten van Amerika, in Duitsland en sinds afgelopen week in Australië, zijn de resultaten van proefprojecten al voldoende overtuigend gevonden voor legalisatie. Nederland is ten aanzien van legalisatie van nieuwe vormen van lijkbezorging echt wat strenger, aldus voorzitter Stronks van de Gezondheidsraad die erover gaat. De Gezondheidsraad wil onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek zien. Wij als Stichting Veraarden natuurlijk ook als geen ander! Maar de ironie wil dat het doen van dit soort wetenschappelijk onderzoek naar nieuwe vormen van lijkbezorging in Nederland bij wet verboden is. De patstelling.
Wat te doen met deze paarse krokodil? Een inheemse trouwens die hier in Nederland nog lang niet uitgestorven is? Het is verloren energie dat we overgeleverd zijn aan de traagheid van een wettelijke experimenteerregeling die nog lang op zich laat wachten. Wat mij betreft organiseren we veel sneller regelluwte in publiek-private samenwerking en staan we onafhankelijke proefprojecten toe in goed gecontroleerde settings, we hebben daar alle faciliteiten al voor in huis. Zo konden de andere landen ook ervaring opdoen, leren, doorontwikkelen en ritueel innoveren, een begrip dat ik graag leen van wetenschapper Brenda Mathijssen. Want aan helende ritualiteit hebben we in ons land met onze veelzijdige uitvaartcultuur én Dutch Design echt iets toe te voegen.
Is het dan zo dringend? Geduld is een schone zaak toch? Als de alternatieven schoon en betaalbaar zouden zijn wel ja, maar in de praktijk vervuilen en vernietigen we. En vertraging door een black box bureaucratie is wel een gênante dooddoener. Als ik luister naar regeneratieve landbouwers, milieu-epidemiologen en ecologen, dan vraagt de staat van de bodem, de kwaliteit van lucht en water en de stand van soorten toch echt om urgentie. Onze relatie tot de aarde, ons grotere lichaam, moet drastisch veranderen. En een dood die doet leven is hierin een helende sleutel.
Voor actieve hoop moeten we niet naar de sterren kijken, maar naar de bodem onder onze voeten. Al het leven is met elkaar verbonden, de aarde is ingenieuze technologie waar we nog ontzaglijk veel in te leren en te herstellen hebben. En daarmee iets groots te re-animeren in onszelf.
Iedereen die in dit animatieteam wil meedoen, mag zich bij mij melden. Er wordt gedanst.
Het boek Mors Neerlandica over de Nederlandse omgang met de dood en de doden is hier te bestellen.